Koh Phi Phi

Op de foto: Uitzicht vanaf Phi Phi.

Eindelijk op een eiland! Al vanaf het begin van mijn trip keek ik uit naar mijn verblijf in het zuiden van Thailand. Ik heb dan ook tijd in onder meer Laos en Cambodja opgeofferd om een week of twee over te houden voor de Thaise eilanden. Daar heb ik geen spijt van!

De vorige keer vertelde ik over de belevenissen rondom Krabi, before & after Koh Phi Phi. Deze keer mijn eerste island-adventures.

Vanuit het hostel in Krabi vertrokken we met een groep van zo’n elf personen, onder wie vier andere Nederlanders, richting Koh Phi Phi. Dit is een van de kleinste (populaire) eilanden in Thailand. Geen wegen, geen auto’s, geen scooters. Wat heerlijk om over straat te kunnen lopen zonder het vrijwel op alle andere plekken aanwezige risico om door een passerende maniak op een brommer onderuit geveegd te worden.

Hoewel het weer de eerste dag niet fantastisch was, hebben we ons toch prima vermaakt. Phi Phi bruist met name ’s avonds, als het strand omgetoverd wordt tot een grote party-area, compleet met vuurwerk, burning limbo, bierpong, verschillende indrukwekkende vuur-acts en lekkere muziek. Nee, voor je rust moet je niet op Koh Phi Phi zijn.

Ik weet het, in veel van mijn verhalen van de laatste tijd eindigen de dagen met enkele of meerdere drankjes in de lokale bars. Guilty. Je kunt nou eenmaal moeilijk thuisblijven als alle leuke mensen die je net hebt ontmoet eropuit gaan. Bovendien is slapen er toch niet echt bij als anderen van 02:00 tot 06:00, op verschillende tijdstippen en niet geheel geruisloos, de dorm binnendruppelen. Tot slot: het is iedere keer weer zo reuze gezellig met iedereen, dat je je lever met plezier nog maar een avond aan het werk zet.

Uiteraard werd er ook nog iets ondernomen. We boekten een daytrip by longboat met onder meer twee snorkelspots, Monkey Island en Maya Beach (waar de film The Beach is opgenomen). Tijdens het snorkelen op de eerste spot kwamen een aantal Singaporezen erachter dat ze toch niet zulke goede zwemmers waren. Eigenlijk was het ook redelijk onverantwoord. De zee was behoorlijk ruig en met golven van 4-5 meter hoog sprongen we vanaf de boot in het water om voor long beach op zoek te gaan naar reef sharks, maar door de harde wind en hoge golven kwam hier weinig van terecht. De slechte zwemmers waren zo slim geweest om zonder lifejackets het water in te gaan en een van hen raakte in paniek toen hij niet verder kwam dan watertrappelen op het niveau van een 6-jarige die voor het eerst in het diepe mag. Gevolg: Arthur werd bijna door hem onder water getrokken en ik racete naar de boot om een lifejacket op te halen voor de potentiële zeebodembewoner.

Hierna kwam ook onze guide tot de conclusie dat het misschien verstandiger was om het snorkelen hier maar even te laten voor wat het was. We gingen verder richting Monkey Island en een tweede, rustigere snorkelspot. Maar niet voordat iedereen met samengeknepen billen op de longboat zat, terwijl deze over de huizenhoge golven stuiterde. Voor mijn gevoel scheelde het niet veel of we waren omgeslagen, redelijk ver verwijderd van het vasteland. Gelukkig lagen de volgende bestemmingen in rustiger water. Bij de aapjes op Monkey Island ben ik op gepaste afstand gebleven. Ze zijn redelijk gewend aan toeristen en één onfortuinlijk meisje had er twee op haar schouders zitten, waarvan er eentje haar met toewijding begon met vlooien. Zij liever dan ik! Sinds het horrorpraatje van de GGD zie ik ieder zoogdier alleen nog maar als potentiële bron van rabiës. Ik loop er dan ook liefst met een ruime bocht omheen.

De tweede snorkelspot was een stuk mooier dan de eerste. Een enorme diversiteit aan tropische vissen zwemt om je heen en met je mee, de ene nog kleurrijker dan de ander. Ook de zee-egels zijn ruim vertegenwoordigd. Niet zomaar je voeten op de zeebodem of de rotsen neerzetten dus, want de vele stekels, van een centimeter of vijftien, kunnen behoorlijke schade en pijn veroorzaken.

Na ons snorkelavontuur bezochten we Maya Beach. Vanwege het getij uitsluitend te  bereiken middels een korte zwem door de branding, naar wat rotsen, door een aantal nauwe grotten, een touwladder op. En dat dan met veel mensen tegelijk, want we waren niet de enige longboat vol mensen die het strand wilden bezoeken. Voor sommigen, met name de slechte zwemmers, was het even bikkelen. Maar.. het was het waard; het strand was prachtig. Jammer alleen van de vele rotzooi die er aanspoelde, mogelijk nog steeds overblijfselen van de tsunami van enkele jaren daarvoor. Helaas moest ik mijn camera en telefoon, vanwege het zwemmen naar de rotsen, achterlaten in de boot. Met Arthur’s telefoon, die in een waterdichte zak zat, uiteindelijk toch een paar fotootjes kunnen maken, maar die komen later nog een keer.

Die avond nog maar een keer een mooi feestje gebouwd op het eiland. Zelfde recept, maar dit keer echt belachelijk sterke mixerbuckets. Na een van deze zware jongens had ik voor de rest van de avond wel genoeg gedronken. Een goedkoop nachtje dus!

Na drieënhalve dag vertrok ik samen met Arthur en Tim weer richting het vasteland, voor de rockclimbing avonturen waarover ik de vorige keer al verteld had.

Volgende keer wederom een eilandavontuur: met Arthur nam ik de boot naar Koh Tao. Daar haalden we ons Padi Open Water certificaat en vierden we met een grote groep Nederlanders op memorabele wijze de dertigste verjaardag van een van hen.