Food & Ubud

Op de foto: Watervallen nabij Ubud.

Ubud wordt door veel reisgidsen omschreven als het ‘culturele hart’ van Bali. Het kleine plaatsje, gelegen in het midden van het eiland heeft deze naam verdiend door de vele art galleries die er te vinden zijn, evenals diverse musea en natuurlijk.. tempels. Ubud ligt middenin een gebied waar vele rijstvelden te vinden zijn. Plenty te doen dus!

We kwamen aan het eind van de middag aan bij onze homestay, waar een hele vriendelijke meneer ons welkom heette en ons vast het een en ander vertelde over de omgeving. Allemaal leuk en aardig, maar we waren wel toe aan een maaltje! Ton en Romy zouden Ton en Romy namelijk niet zijn als we geen honger hadden gekregen van de rit. Time for dinner dus!

Ubud zit boordevol goede en leuke restaurantjes en terwijl we door het kleine stadje liepen zetten we er in gedachten al een aantal op ons lijstje. Culi > culti. Zowel lokaal als westers eten is goed vertegenwoordigd in Ubud. Na een prima maaltje bij een leuk Frans restaurantje deden we met Kat en Emily + een Frans stel nog een paar drankjes bij de Laughing Buddha bar, onder het genot van erg goede live muziek. Voldaan keerden we terug naar onze homestay, met nog totaal geen plan voor de volgende dag.

Het resultaat hiervan was dat we uitsliepen en pas om een uur of elf ons ontbijt nuttigden. Onze vriendelijke gastheer wilde ons tijdens het ontbijt maar wat graag aan een plan helpen. Hij stippelde een mooie route voor ons uit, die we op onze gehuurde (roze..) scooter konden afleggen.

Stop 1: Koffietour. Op steenworp afstand van ons verblijf lag een kleine koffieplantage, die vooral dienstdeed als kleine toeristenattractie. Je kon er gratis diverse stijlen en smaken koffie en thee proeven en we kregen een kleine rondleiding door de tuin, waarin diverse kruiden, bomen en planten stonden (o.a. vanille, cacao, koffie, gember). We mochten ook van de illustere Kopi Luwak proeven, de duurste (en naar ze zeggen beste) koffie ter wereld. De Luwaks (zie foto) eten alleen de beste koffiebonen op. What goes in must come out, en de uitgepoepte Luwak-koffiebonen worden dan gewassen, gebrand en eventueel gemalen. Hmmmm!

Hierna stopten we kort bij een waterval. Lang niet zo mooi als de watervallen die ik onderweg al had gezien, maar best een bezoekje waard en de route er naartoe was mooi, door de rijstvelden heen.

We hadden ook gehoord dat Buddha to Buddha een fabriek zou hebben op het eiland, die te bezoeken is door toeristen. Hier zou je, zo gaan de verhalen, voor relatief weinig geld Buddha to Buddha sieraden, al dan niet met logo, op de kop kunnen tikken. Na even zoeken wisten we de ‘fabriek’ te vinden. Er waren twee kleine werkplaatsen en een showroom. Het was blijkbaar niet alleen bij ons bekend want er waren meerdere (voornamelijk Nederlandse) toeristen die een koopje wilden bemachtigen. Het is echter vrij ongeloofwaardig dat dit een fabriek of werkplaats van Buddha to Buddha was. Ten eerste is het te kleinschalig, ten tweede was de kwaliteit van een aantal items matig. Bij een armband liet de sluiting los van het leer toen ik hem wilde proberen. Goedkoop is meestal duurkoop, dus we hebben ons scootertje gepakt en zijn weer verder gaan rijden.

Onze laatste bestemming was de ‘Elephant Cave’ die we nog net voor sunset mee konden pakken. Leuke tuinen, maar de tempel was ‘under construction’. De mannetjes bij de entrance waren uiteraard teleurgesteld dat we geen guide wilden hebben. Dan had ik hier ongetwijfeld een aantal interessante feiten neer kunnen zetten. Nu moet ik de cultuurjunkies onder ons verwijzen naar Wikipedia, wat overigens goedkoper is dan het nemen van een guide. Sowieso wilden ze wel geld verdienen: toen ik, goed van vertrouwen als ik ben, met een oude monnik aan een ritueeltje meedeed, eindigde dat bij een offerbak. Daar lagen natúúrlijk al een aantal flinke coupures (die achteraf weer in de zak van de monnik verdwenen). Lullig voor Buddha, maar ik heb het ritueel maar niet afgemaakt. Monnik chagrijnig, maar ik hoop dat Buddha het begrijpt.

Teruggekomen in Ubud begon de incredible journey op zoek naar een leuk restaurantje. Van te voren had ik een stuk of acht restaurantjes op Tripadvisor uitgezocht, maar na wat leek op een speurtocht kriskras door het stadje, zaten ze zonder uitzondering vol. Veel ervan ook voor de volgende avond al. Uiteindelijk kwamen we terecht bij een prima warung (lokaal familierestaurantje) waar we een soort Indonesische tapas aten. Maar.. dit moest toch beter kunnen!

De volgende dag stippelde de lieve meneer van ons guesthouse wederom een mooie route voor ons uit… Waar weinig van terecht kwam. In plaats van de voorgestelde wandelroutes te pakken, gingen we weer laat op en besloten we het stadje zelf, de markt en de winkeltjes te verkennen. Cultuurfaal dus! Culinair stond de dag echter op het punt om fantastisch te worden. We lunchten bij Locavore to-go, de enorm goede lunchformule van restaurant Locavore, waarover ik al veel goede dingen had gelezen en gehoord. De lunchbroodjes en drankjes waren zo lekker, dat ik bij het restaurant langsging om voor die avond te reserveren. Zo had ik ook meteen een leuk en lekker verjaardagscadeau voor Romy geregeld!

Het diner van zeven gangen, plus talloze appetizers en tussendoortjes en drink-pairing, was in een woord: geweldig. De eigenaar en chef-kok van Locavore was bovendien een Nederlander. Hij vertelde dat het hem enige moeite had gekost om zijn Indonesische staf met hem op één lijn te krijgen. Mooi detail: de mensen in zijn keuken vinden de gerechten die ze zo heerlijk bereiden zelf helemaal niet lekker. Ze zijn niet gewend aan de westerse smaakcombinaties en eten eigenlijk liever een nasi goreng. Dat gegeven deed niks af aan de kwaliteit van de gerechten. Geef ons die westerse smaken maar!

Toen we na heerlijk lang getafeld te hebben, terugliepen naar onze accommodatie, kwamen we tot de conclusie dat we eigenlijk veel te weinig hadden gezien van het stadje, terwijl we de volgende dag al naar Lombok zouden vliegen. We hadden het monkey forest en de wandelroutes door de rijstvelden nog niet af kunnen vinken, evenals vrijwel het hele gebied ten noorden van Ubud.

Maar.. we komen nog terug in Ubud, voor de nodige cultuur! Momenteel wachten we op het vliegtuig van Lombok, terug naar Bali. Daar brengen we nog twee nachten door in Ubud, voordat Romy via Hongkong alweer naar Nederland vliegt. In de herkansing dus om culi en culti weer in balans te brengen!

Voordat jullie daar over lezen, komen eerst nog onze avonturen op de Rinjani en op de Gili-eilanden aan bod. Daarna zijn er niet zoveel blogs meer te gaan. Over zestien luttele dagen land ik namelijk alweer op Schiphol. Maar.. tot die tijd beleef en typ ik nog even door!