Mt. Rinjani op

Op de foto: Sunriseview vanaf Rinjani’s summit op 3726 meter hoogte.

Ik ben er nog! Helaas zijn resteert er nog maar negen dagen van mijn reis op het moment. Me so sad!

Ondanks dat ik eigenlijk non-stop op pad zou moeten zijn om de laatste dagen van mijn reis memorabel te maken, wil ik mijn lezers natuurlijk ook tevreden stellen. Daarbij zit ik momenteel in Ubud, Bali bij te komen van de afgelopen zware stapavond.

Veel zwaarder dan welke stapavond dan ook was de klim die Romy en ik deden naar de top van Rinjani. Voordat we hieraan begonnen brachten we twee nachtjes in Mataram door, omdat er eerder geen plek was bij het bedrijf met wie we de trek wilden doen. In Mataram is echt niets te beleven. We hebben onze dag daar dan ook voornamelijk benut om de rest van onze tijd samen te plannen en boeken. Rinjani, de Gili eilanden en Ubud zouden onze volgende bestemmingen zijn.

We boekten bij Green Rinjani een drie dagen/twee nachten tour naar de top van berg Rinjani. We kozen voor het deluxe pakket. Dit betekende: private guide, dikkere matjes en een grotere tent. Bovendien hadden we een fijn hotel, de nacht voor ons vertrek in alle vroegte. Net even wat meer comfort op de weg naar boven dus. Dat zouden we nodig hebben!

Rond een uur of zeven stonden we klaar voor vertrek, samen met Abdul, onze gids en drie porters, die elk twee manden, hangend aan een grote bamboestok, op hun schouders droegen. In die manden zat het eten en drinken voor drie dagen, tenten, matrasjes, slaapzakken, heel veel water, kookbenodigdheden en ga zo maar door. Wij zelf liepen ieder met een rugtas, met daarin alleen het hoognodige: kleding, water, zonnebrand. Romy op haar bergschoenen, ik op mijn trouwe nikes, die al zoveel hadden overleefd dat ik ze niet in wilde wisselen voor een paar stevigere schoenen.

Op naar de top! Vol goede moed begonnen we aan dag één. Een uur of acht lopen, naar 2639 meter hoogte, om daar te kamperen op de crater rim. Uitdaging van de dag: de ‘seven hills’. Zeven steile stukken, waar je, steeds als je denkt dat je er bijna bent, nóg een pittige klim voor je kiezen krijgt. De ‘seven hells’ dus eigenlijk. Voordat we heuvel één bereikten, lunchten we op een nog rijkelijk begroeid stuk, ergens aan de voet van de berg. De eerste maaltijd was basic, maar lekker. Fried rice, een eitje, veel groenten, lekker gekruid en bovendien thee, koffie en vers fruit. Een goede bodem om een wandelingetje te maken.

Met mijn lange stelten ging het klimmen me gemakkelijk af. Het is fijner om je eigen tempo te kunnen lopen en ik arriveerde dan ook iets eerder dan Romy (zonder lange stelten) en Abdul op de kraterrand. Dit stelde me wel weer in staat om foto’s te maken van Romy’s laatste meters klimmen naar ons kamp.

De kraterrand was een prachtige locatie om te kamperen. Panoramisch uitzicht om ons heen, soms neerkijken op een dik wolkendek, dan weer een heldere lucht en uitzicht op de vulkaan en het meer beneden. Terwijl onze guide en porters de tentjes opzetten en aan het eten begonnen, strekten wij onze vermoeide benen.

Na het eten vroeg de tent in want… het zwaarste deel van de trek kwam eraan. Na een hazenslaapje van een paar uur, werden we om 02:00 gewekt voor een licht ontbijt, waarna we rond 02:45 begonnen aan de laatste 1100 meter omhoog. Doel: voor zonsopgang de top bereiken om dat schouwspel mee te pakken.

De nachtelijke klim was pittig. Erg pittig. Het eerste stuk was een steile, zware klim met veel los zand, over en langs rotsen en bomen, onder begeleiding van alleen een hoofdlamp. Dit stuk, in combinatie met beentjes die al zeer vermoeid waren, werd helaas Romy’s Waterloo. Hoewel hierna een kort stuk kwam dat weer wat gemakkelijker was, zouden de laatste driehonderd meter klimmen naar de top nog veel zwaarder worden. Het vooruitzicht: anderhalf uur non-stop een zeer steile helling op klimmen, volledig afgeladen met losliggend grind. Door dit grind is iedere stap omhoog ook weer een halve stap naar beneden. Bovendien: Op het smalle pad geen grote stenen om even op uit te rusten. Met benen waar ze niet meer op kon vertrouwen besloot Romy dan ook om het laatste stukje niet te doen.

Ik voelde me nog redelijk goed en begon aan de klim naar de top. We waren niet voor niets gewaarschuwd: het was zwaar. Iedere paar stappen even kort op adem komen en steeds weer door. Net als je denkt dat er geen einde aankomt, komt het einde eraan ;-). Het pad leidt je, tussen wat rotsen door, naar de top van de Rinjani. I made it! Hoe moe je benen ook zijn, hoe koud je het ook hebt, die gevoelens maken plaats voor een gevoel van overwinning: Ik sta op 3726 meter hoogte op de top van een berg!

Het kledingadvies op die berg: je allerdikste winterjas. Met een trui eronder. Mijn outfit: t-shirt, vest en windbreakertje die de wind niet echt brak. Ik had het dan ook stervenskoud bovenop de berg. De harde wind maakte het er niet beter op. Na een paar fotootjes te hebben geschoten was het gevoel in mijn vingers al verdwenen. Ik had doorgelopen en arriveerde ongeveer veertig minuten voor de sunrise op de summit. Lekker bevriezen dus, maar ook: tijd om de sunrise te timelapsen met mijn gopro én een van de beste plekjes uit te zoeken om deze te bekijken en vast te leggen.

Thank god. Na zonsopkomst nam de temperatuur snel toe. Naar beneden was ronduit leuk. Het losse grind dat op de heenweg zo’n opstakel vormde, vormde nu een stoffige piste waarover je als het ware naar beneden kon ‘skieën’. Mocht je ook gaan, neem écht een stofkapje mee, want volgens mij had ik achteraf de longen van een zeventigjarige zware shag-roker.

Na Romy en Abdul weer tegen te zijn gekomen, liepen we, samen met een ander Nederlands stel dat ik was tegengekomen, terug naar ons kamp om daar een welverdiend ontbijt te scoren. De dag zat er echter nog lang niet op! Na het ontbijt stond nog een steile afdaling op het programma, naar crater lake toe, 700 meter lager gelegen. Het afdalen ging Romy veel beter af. Terwijl zij als een volleerd berggeitje afdaalde, had ik iets meer tijd nodig met mijn licht knikkende knietjes. Nog volleerder waren de dragers (zie foto’s). Het is werkelijk bizar hoe die in hoog tempo, op flip-flops (!!) en met alle uitrusting, de berg op en af lopen. Ze halen vrijwel iedereen in. Met zowel verwondering als bewondering hadden we ze vanaf dag één gadegeslagen.

We bereikten in de loop van de middag het kratermeer, waar we ook bij zouden overnachten. En. waar er vulkanen zijn.. zijn er (soms) hot springs! Een feestje voor onze loodzware benen. Na de lunch en een kort middagdutje genoten we van onze sauna-achtige ervaring. Rozig van het warme, maar toch verfrissende water (want tsja, er zijn geen douches onderweg), doken we na het avondeten onze tent in. Slaap inhalen voor alweer de laatste dag.

Die begon ook in het donker. Om 05:00 vertrokken we vanaf het meer, om weer de kraterrand op te klimmen. Vrijwel alle groepen hadden dat stuk de vorige dag er nog achteraan gedaan. Het voordeel daarvan was dat je langer kan slapen. Wij daarentegen, hadden zo lang we wilden in de hot springs kunnen doorbrengen. Van 2000 meter klommen we weer omhoog naar ongeveer 2600 meter, om vanaf daar alleen maar af te dalen. Die afdaling was het eerste stuk nog zanderig en glad, maar ging al snel over in een kronkelend, aflopend bospad, vol natuurlijke obstakels. Eindelijk weer wat meer grip! Het stuk door het bos was koel (want in de schaduw) en heel goed te doen. Rond een uur of twee in de middag bereikten we na drie zware maar prachtige dagen het einde van de route.

Op naar de Gili’s voor zes welverdiende, ontspannen nachtjes! Daarover snel meer.

 

Een gedachte over “Mt. Rinjani op

Reacties zijn gesloten.